Ik zit ter
hoogte van de wolk
een grijze
berg van schuim
en ik zie de
oude olifanten
de oude
hoeren in parade
gaan door de
benzine stations
tot de
gouden wolken
die over het
gebouw groeien.
Ik voel me
niet zo triest
niet zo
verschrikkelijk eenzaam
en ik ben
niet zo linkerhand
op de wolk
met baard
in een hemel
waar men een vreemde taal
spreekt, net
als in het paradijs.
Ik verzamel
mijn vingers
en maak een
bosje van ze,
dan ga ik de
trap af
en kom op de
aarde, voor jou
met mijn
baard en mijn vingers
een goed
cadeau te geven,
ten teken
van mijn oude geest.