maandag 7 november 2011

DE GROENE GEEST

Wij dronken met volle teugen,
wij zwierven bijna elke nacht,
de straten vol van groene honden 
en blauwe hoeren;
in de verkeerslichten fladderden de motten rond,
een dwerg danste de tango
bij de deur van een winkeltje.
Amsterdam is een sinistere stad:
er is een kanaal waar de doden drijven
en de voetgangers gooien rozen.
De mensen plassen op de straten
en de urine loopt in een bruisende stroom
naar de dijken van bot.
Verboden mengen cannabis en alcohol,
verboden  te spugen naar de standbeelden,
verboden een handstand te maken
op de openbare weg.
Absint en slapeloosheid,
rode lichten en scheurbuik.
Amsterdam is een stad met betovering,
wanneer ze gaapt een zwerm van vlinders
gaat naar de straat.
De haan met rode kam
wandelt bij de bloemenmarkt.
Rembrandt heeft een kater die vlucht
met het oor van Van Gogh in de mond.
Ik kende een kind met twee tongen,
een bejaarde met drie vingers
en een meisje met een regenjas.
Tabak en absint,
groene honden en blauwe hoeren.
Wij waren bijna verstikt
met zo vele kanalen en wolken.
Gelukkig zagen wij Spinoza in de Joodse wijk,
hij vatte God in een ring.
Wij waren evenwichtskunstenaars
aan de rand van de kanalen;
op de tast, blind door de rook,
wij vluchtten uit de koffieshops.
Absint en tabak,
groene honden en blauwe hoeren.

Amsterdam slaapt
een hond blaft
een wit oog ziet de dageraad

Geen opmerkingen:

Een reactie posten