ik zal niet uw schoonheid zingen
of de sluitingen van uw taille,
ik hield van je omdat het niet anders was,
als wie die van zijn navel houdt.
De steen was met jou teder,
teder tod de driftbui.
Ik voelde me zo zacht
dat ik smolt weg,
in een osmose met kussen
en scherpe strelingen.
Wat ronde genegenheid,
en de tand, wat ronde;
het was een ronde vrouwelijke schoot
de dagen, ja, mijn dagen.
Als je mooi geweest was
zou ik van jou ook houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten